Sturingsdebat funderend onderwijs: geen grote koerswijziging, wél nieuwe maatregelen
14-02-2025
Na maanden van afwachting debatteerde de Tweede Kamer eindelijk over de sturing van het funderend onderwijs. Waar aanvankelijk drie mogelijke scenario’s werden geschetst, van meer autonomie voor schoolbesturen tot strengere regie, bleek het debat weinig ruimte te laten voor zulke brede keuzes. In plaats daarvan lag de focus op concrete maatregelen: gerichte bekostiging, strengere eisen voor bestuurders en een grotere stem voor leraren en schoolleiders.
De overheid lijkt daarmee af te stevenen op een herziening van de bestuurlijke verhoudingen, zonder expliciet een nieuw sturingsmodel te omarmen. Maar lossen deze ingrepen de kernproblemen in het onderwijs op? Verus zet daar zijn vraagtekens bij.
Naar het debat dat gisteren in Den Haag werd gevoerd, was lang uitgekeken. Toenmalige minister Mariëlle Paul schreef in april vorig jaar een brief over waar het met – volgens haar – met de sturing van het funderend onderwijs naartoe moest. Deze brief was weer een reactie op een aantal onderzoeken, waaronder het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Koersen op kwaliteit en kansengelijkheid van een jaar eerder.
In haar brief schetste de bewindsvrouw een drietal sturingsscenario’s variërend van nadruk op de autonomie van schoolbesturen tot het afschaffen van schoolbesturen met meer dan één school. Zelf had Paul de voorkeur voor een tussenscenario. In het veld was er weinig enthousiasme over het scenariodenken van het kabinet en slechts enkelen spraken zich expliciet uit voor een van de scenario’s. Ook in het debat van gisteren speelden de scenario’s nauwelijks een rol. NSC-Kamerlid Aant-Jelle Soepboer riep op los te komen van scenario’s. Daar was de staatssecretaris het helemaal mee eens. Volgens haar waren de scenario’s alleen bedoeld om de dilemma’s en de ‘knoppen waar je aan kunt draaien’ te schetsen.
« Terug naar het overzicht