Leren schrijven straks onderdeel van elk vak

06-03-2025

 

In wel twintig kerndoelen komt het leren schrijven in een vlot en leesbaar handschrift terug. Het betekent volgens experts dat de ontwikkeling van deze vaardigheid niet alleen bij Nederlands hoort, maar in alle vakken aan bod moet komen.

Er zijn momenten geweest waarop de schriftexperts dachten dat het nooit zou lukken, maar eindelijk is het dan toch zover: het handschriftonderwijs heeft een duidelijke plek in de kerndoelen Nederlands gekregen. “Er is lang gedacht dat door de digitalisering het met de hand leren schrijven niet meer nodig zal zijn”, legt kinderfysiotherapeut en handschriftexpert Anneloes Overvelde uit. “Maar inmiddels is het evident dat schrijven met de hand een cruciale rol speelt in de ontwikkeling van kinderen.” 

Uit veel onderzoek - ook vorig jaar nog -  blijkt dat als je met de hand schrijft er veel meer breingebieden betrokken zijn dan als je typt, wat meer een repetitieve beweging is. Overvelde: “Kortgezegd: schrijven is leren, typen is produceren. Beide vaardigheden zijn nodig en het is dan ook fijn dat dit zo in de kerndoelen is opgenomen.” 

Het moet niet leiden tot meer, maar tot ander onderwijs

Het ontwikkelen van de drie niveaus - letter, schrift en tekst - hoort niet alleen bij het vak Nederlands thuis; dat blijkt ook uit de kerndoelen. Bij doelgericht gesprekken voeren (kerndoel 9) is het schrift bijvoorbeeld net zo goed belangrijk, legt Kooijman uit. “Het betekent dat je bij het schrijven van een tekst ook moet leren nadenken over het doel, het publiek en de context. Een reclametekst vraagt om een andere vorm dan een wetenschappelijk rapport. Dit omvat ook andere vakken, zoals aardrijkskunde of biologie. Want het maken van een opsomming of een duidelijk verslag komt overal aan bod. Het is eigenlijk heel logisch dat dit bij elkaar hoort, alleen was dit nooit zo in de kerndoelen opgenomen.”

De kerndoelen dwingen volgens Kooijman dus om na te denken hoe schriftonderwijs vakoverstijgend aan bod kan komen. “Het moet niet leiden tot meer, maar tot ander onderwijs”, benadrukt ze. “Nu zijn methodemakers, leraren en andere betrokkenen aan zet om dit verder vorm te geven.”

Lees verder

Bron: AOb



« Terug naar het overzicht